Kaarsenmal kiezen: materiaal, vorm en hoeveel was erin past

Een mal van drie euro die bij de eerste kaars al kromtrekt, of een prachtige kerstboom waar de was nooit meer uit loskomt. Zo gaat het vaak mis bij de eerste vormkaars. De mal bepaalt hoe je giet, welke was je nodig hebt en hoe lastig het lossen wordt. Kies hem dus vóór je was en lont bestelt.

Het korte antwoord: wil je gladde pilaren, kegels of bollen, pak dan een harde mal en een pillar blend. Wil je reliëf, figuurtjes of waxmelts, pak dan siliconen. Check altijd de maximale temperatuur van de mal en de giettemperatuur van je was, en meet de inhoud van de mal met water voordat je gaat smelten.

Soort mal Past bij Let op
Siliconen Figuren, reliëf, waxmelts, kleine series Kaars koelt trager af, mat oppervlak, mal vraagt wat zorg
Harde kunststof (acryl) Gladde pilaren, kegels, bollen, piramides Geen holle of overhangende vormen, kan vervormen bij te hete was
Aluminium of staal Rechte, gladde pilaren en votives Niet voor details, minder keuze in vormen

Welke mal past bij jouw kaars?

Begin niet bij het materiaal, maar bij de vorm die je wilt gieten. De rest volgt daaruit.

  • Rechte of licht taps toelopende vormen (stompkaars, kegel, bol, piramide): een harde mal werkt prima. De kaars schuift er gewoon uit. Op de categoriepagina met kaarsenmallen vind je bijvoorbeeld kegelmallen van 10 x 5 cm, 12,3 x 7,5 cm en 14,3 x 6,3 cm.
  • Figuren, kerstbomen, gezichten, reliëf: kies siliconen. Je trekt de mal gewoon van de kaars af, dus overhangende delen zijn geen probleem. Uit een harde mal komt zo’n kaars nauwelijks los.
  • Waxmelts en kleine kaarsjes: een siliconenmal met meerdere holtes is de gebruikelijke keuze. YouWish noemt siliconen ook als het meest voorkomende type mal voor waxmelts. Meer over de techniek lees je in de gids over waxmelts maken.
  • Stapelkaarsen: de Jenga-set bestaat uit 10 losse mallen. Je giet blokjes en schuift ze over een lange kaars.

Dan het formaat. Een grote mal betekent een dikke kaars, en een dikke kaars vraagt om een andere lont. De kerstboommal Swirl is er bijvoorbeeld in Medium (9,6 cm hoog, 6,8 cm breed) en Large (14,5 cm hoog, 10,2 cm breed). Beide hebben dezelfde vorm, maar de lont voor de Large moet je echt anders kiezen. Hoe dat werkt, staat in onze uitleg over de juiste kaarslont kiezen.

Wil je liever geen gokwerk met je eerste serie? Een kleine siliconenmal als de bubbelmal (4,5 cm hoog, 3,5 cm breed) kost weinig was als het misgaat.

Siliconen, acryl of metaal: wat merk je in de praktijk?

Siliconen zijn vergevingsgezind. Het materiaal buigt mee, dus de kaars komt er zonder gewring uit en ook fijne details blijven zichtbaar. Een goed onderhouden siliconenmal gaat volgens Terre de Bougies honderden keren mee. Twee kanttekeningen: siliconen geleiden warmte minder snel, dus de kaars koelt trager af en het oppervlak wordt matter dan bij metaal. En goedkope varianten kunnen na een paar hete gietbeurten gaan vervormen. Controleer dus de temperatuurgrens van de fabrikant. De siliconenmal “Zon en Maan” in onze shop is bijvoorbeeld hittebestendig van -40 °C tot 230 °C. Dat ligt ruim boven normale giettemperaturen van 55 tot 85 °C.

Kaarsenmal van siliconen en acryl

Let op bij gelwas. Die giet je veel heter, rond de 95 tot 105 °C, en niet elke siliconenmal en niet elke kunststofmal is daartegen bestand.

Harde kunststof (acryl) geeft een strak, glad resultaat met scherpe randen. YouWish verkoopt bijvoorbeeld de piramidemal (12 x 5,8 cm) en de bolmal (5, 7,5 en 10 cm) in acryl. De nadelen: je kunt geen overhangende vormen gieten en te hete was kan de mal vervormen. Het schoonmaken is simpel: schoon water en gewone zeep volstaan.

Aluminium en staal geleiden warmte beter dan kunststof. Dat beïnvloedt ook de krimp van de was, zegt de basisinformatie van Sellacq Holland. Metaal koelt sneller en geeft gladde, rechte pilaren. Minder geschikt voor detail, en het aanbod aan vormen is kleiner. Op de kaarsenmallenpagina van YouWish staat dat aluminium in beperkte vormen beschikbaar is.

Ook latex komt voorbij in het assortimentsoverzicht. Dat is bedoeld voor ingewikkelde ontwerpen zoals fruit, bloemen en dieren.

Je mal bepaalt de was, en andersom

Dit is het punt dat beginners vaak missen. Containerwas is zacht en hecht aan glas, precies wat je níet wilt in een mal. Voor vormkaarsen heb je een hardere was nodig, een zogeheten pillar blend. Die is harder en krimpt licht tijdens het afkoelen. Daardoor komt de kaars een fractie los van de wand en glijdt hij er makkelijker uit.

Bij paraffine kijk je naar het smeltpunt: voor kaarsen uit een mal zit dat meestal boven de 58 °C, zodat de kaars zijn vorm houdt. Meer over de verschillen lees je in onze gids over paraffinewas en in de vergelijking sojawas of paraffinewas.

Twee voorbeelden uit ons assortiment:

  • KeraSoy Pillar Blend (4120): sojawas voor pilaarkaarsen en stompkaarsen. Volgens onze richtlijn smelt je hem op ongeveer 70 °C en giet je hem op 55 tot 60 °C.
  • Kerawax 4600 (paraffine): smeltpunt 57 °C, geschikt voor maximaal 12 % geurolie. Reken op twee tot drie keer gieten.

Voor paraffine noemen we in onze gids over gieten in mallen ongeveer 75 tot 85 °C om te smelten en 70 °C om te gieten. Er bestaat geen universele giettemperatuur. Het hangt af van de was en van de mal, dus lees altijd de gegevens bij jouw was. Dat een mal 230 °C aankan, betekent niet dat je zo heet moet gieten. Te heet gieten kan het inzakken rond de lont juist erger maken.

Een extra trucje: de KeraSoy-pagina zegt dat je mal minimaal op kamertemperatuur moet zijn en dat voorverwarmen tot ongeveer 45 à 50 °C gunstig kan zijn. Dat helpt bij het lossen.

Hoeveel was past er in je mal?

Gokken betekent óf te veel was die je weer moet laten stollen, óf een kaars die te kort uitvalt. Meten kost twee minuten.

  1. Zet de mal op een vlakke ondergrond en vul hem met water tot de hoogte waar de kaars moet komen.
  2. Giet het water in een maatbeker of weeg het. 1 ml water is 1 gram.
  3. Vermenigvuldig het aantal ml met de dichtheid van de was. Als vuistregel noemt een rekenhulp van Boowan Nicole 0,8 g per ml voor kaarswas. Bijenwas ligt hoger, rond 0,96 g per ml.
  4. Tel 5 tot 10 % extra op voor een tweede gietbeurt, want was krimpt tijdens het afkoelen en zakt weg rond de lont.

Een rekenvoorbeeld. Je mal bevat 200 ml. Dat is 200 x 0,8 = 160 gram was. Met 5 tot 10 % reserve smelt je 168 tot 176 gram. De 0,8 is een gemiddelde. Weeg je eerste kaars na afloop en pas het getal aan voor jouw was.

Geurolie en kleur doseer je als percentage van het wasgewicht. Hoeveel dat voor jouw project is, lees je in de uitleg over de juiste hoeveelheid geurolie.

Lont plaatsen en kaars lossen

Bij veel siliconenmallen zit er geen opening voor de lont. Je prikt zelf een gaatje in de kant die later de onderkant van de kaars wordt. Gebruik daarvoor een speciale prikker, anders scheurt de mal verder uit. Haal de lont erdoor en houd hem strak in het midden met een centreerhulp aan de open kant.

Zorg dat de mal schoon, stofvrij en droog is. Zelfs een druppeltje vocht kan vlekjes of putjes in het oppervlak geven.

Rond de lont ontstaat bij het afkoelen een kuiltje, het zinkgat. Bewaar daarom wat was. Prik na het stollen van de bovenkant een paar gaatjes rond de lont met een satéprikker en giet er een dun laagje warme was overheen. Laat de mal daarna ongestoord uitharden, minstens 24 uur volgens onze gids kaarsen gieten in een mal.

Komt de kaars moeilijk los? Dit helpt:

  • De mal een half uur in de koelkast zetten.
  • Een licht losmiddel of een beetje siliconenspray gebruiken, of de binnenkant van de mal licht inoliën.
  • Bij een flexibele mal beide kanten vasthouden en voorzichtig loswerken. Of gebruik een botermes langs de rand, zonder in de kaars te snijden.

Reinig je siliconenmal met warm water en een mild afwasmiddel. Geen scherpe voorwerpen of schuurmiddelen, want die maken krasjes waar de was later aan blijft haken.

Vier fouten die je kunt vermijden

  1. Containerwas in een mal gieten. De kaars blijft plakken of breekt bij het lossen. Kies een pillar blend.
  2. Een mal kiezen op uiterlijk, niet op formaat. Een brede mal vraagt een dikkere lont of meerdere lonten. Anders krijg je tunneling.
  3. Te heet gieten omdat de mal het aankan. Volg de giettemperatuur van de was.
  4. Geen reservewas klaar hebben. Het zinkgat komt er altijd, plan dus een tweede gietbeurt.

Begin klein en leer je mal kennen

Een mal is geen eenmalige keuze. Een goed onderhouden siliconenmal kan honderden gietbeurten aan, dus het loont om met een eenvoudige vorm te beginnen en daarna pas de ingewikkelde figuren te proberen. Bekijk het hele aanbod bij kaarsen mallen, kies de passende kaarsenwas en een lont die bij de breedte van je mal past. Giet eerst één testkaars, weeg hem en schrijf op wat je hebt gebruikt. De tweede kaars wordt dan al een stuk beter.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

BLIJF UP TO DATE EN ONTVANG EXCLUSIEVE KORTINGEN

© 2026 All Rights Reserved